22-03-12

NOTITIES VAN EEN VUURMEESTER

Vanmorgen zitten lezen in Notities van een vuurmeester. Deze kleine dichtbundel van MENNO WIERINGA is vorig jaar verschenen bij uitgeverij Flanken in Arnhem. Zo ver ik kan achterhalen is het zijn derde bundel. De vorige werd in ieder geval ook uitgegeven bij Flanken.

Het zijn op het eerste gezicht eenvoudige gedichten. De dichter hoeft het niet te hebben van grote woorden.
Wieringa beschrijft alledaagse gebeurtenissen. Beelden roepen herinneringen op. Hij registreert de veranderingen in zijn eigen leven en dat van anderen:

De meesten zijn gek
Of leven niet meer

De vaart van het leven
Verandert van gang


Het zijn ook trage gedichten. Beter gezegd: ze lijken de werkelijkheid te vertragen en zetten die in een melancholiek licht.

Een greppel in de mist
Verlaten huizen
Resten van plantages
Een gewonde boom


Een mooi ingetogen gedicht is dat over de kunstenaar Gerard Bilders (1838-1865), een voorloper van de Haagse school die een groot deel van zijn korte leven doorbracht in het dorp Oosterbeek. Niet meer dan vier regels heeft Wieringa nodig om zijn einde te beschrijven:

Nauwelijks volwassen
Is het afgelopen

Het houthakkersdorp in het forêt
De Fontainebleau heeft hij nooit gezien

Helaas volgt er dan nog een regel die wat mij betreft weggelaten had mogen worden:

Mijn dorp heeft een weggetje naar hem vernoemd

Hiermee ontkracht hij het einde. Alsof hij zich schaamt voor de melancholie die het gedicht oproept.

Wieringa’s poëzie is niet aan één plaats gebonden. Er wordt veel in gereisd. Soms vlakbij zijn woonplaats Arnhem, soms in het buitenland. Maar waar de reis hem ook heen leidt, hij waagt zich nooit aan speculaties. Je zou ook kunnen zeggen dat hij ondanks zijn verplaatsingen toch dicht bij huis blijft. Hij registreert en legt vast.

Aan de overkant de bergtoppen
Van Frankrijk

Er hoeft niets meer te gebeuren
Mijn sigaret mag eeuwig duren


Deze gedichten zijn stoutmoedige pogingen kostbare momenten vast te leggen. Alsof dat mogelijk is. Natuurlijk niet, dat weet elk verstandig mens. Maar dichters zijn godzijdank geen verstandige mensen.

Menno Wieringa, Notities van een vuurmeester, uitgeverij Flanken, Arnhem, 2011