30-04-08

EEN ONTMOETING MET INGO SCHULZE


Am Tag, als Conny Kramer starb. Die schlager uit 1971 houdt me al een aantal dagen bezig. Het begon met een jointje, maar het ging van kwaad tot erger. Met uiteindelijk de dood tot gevolg. Ingo Schulze’s refereert aan dit liedje van Juliane Werding in zijn nieuwe boek Nul-zes, dertien verhalen in de oude trant. Ik kende het niet en heb het gedownload. Nu krijg ik het niet meer uit mijn kop.
‘Die Duitse schlager is wat mij betreft de soundtrack van het boek,’ zeg ik.
‘Een West-Duitse schlager,’ benadrukt Schulze. Dat maakt verschil. Nog steeds. Bijna twintig jaar na de Val van de Muur.
We staan in de lobby van een Gents Hotel. Schulze moet nog inchecken. Hij is hier vanwege de opening van de Literaire Lente.
‘Wat is dat toch met schlagers?’ vraag ik hem.
Op weg naar de lift citeert Schulze de Duitse dichter Gottfried Benn: ‘Een goede schlager vertelt ons al het er op aankomt meer over 1950 als 500 pagina’s cultuurcrisis.’
Later in zijn hotelkamer komt hij er op terug. In het verhaal Nog een verhaal beschrijft hij een treinreis van Boedapest naar Wenen. Een stationsdrama noemt hij het. Hij verwijst in het verhaal naar een verhaal van de Hongaarse auteur Péter Esterhazy die ook een treinreis van Boedapest naar Wenen beschrijft. En Esterhazy verwijst op zijn beurt weer naar een verhaal van Imre Kertész waarin eenzelfde treinreis voorkomt. In het verhaal van Kertész komt een of ander oratorium voor. Zoiets vond Schulze niet bij zijn tekst passen. Die schlager van Juliane Werding beviel hem beter.
Deze drie verhalen zijn onlangs samen in een band verschenen bij zijn Duitse uitgever Berlin Verlag. Een cadeautje van mijn uitgever noemt hij het zelf.
Nu is er de vertaling van zijn meest recente boek: Nul-zes. Een verhalenbundel. De Duitse titel luidt Handy. Het Duitse woord voor een gsm.
‘Ik heb me verwonderd dat die titel nog niet door iemand anders geclaimd was. Enerzijds kan een gsm je leven redden, anderzijds is zo’n ding in staat de laatste resten intimiteit te verstoren. De ambivalentie van de techniek.
Ik was in februari in Egypte. Terwijl ik aan de voet van een piramide stond ging mijn gsm over. Op de display stond een Duits nummer. Het was een man die zwaar dialect sprak. Verkeerd verbonden, zei ik. Mijn naam is Schulze en ik sta aan de voet van een piramide in Egypte.’
Uw bent begonnen met verhalen. In 1995 debuteert u met 33 ogenblikken van geluk en een paar jaar later volgt Simpele Story’s, uw doorbraak. Daarna werkt u acht jaar aan de grote Wende-roman Nieuwe levens.
‘Na Simpe story’s wilde ik geen korte verhalen meer schrijven. Ik had behoefte aan iets groters te werken, aan een roman. Toch kwamen er nog een paar ideeën voor verhalen. Bovendien kon ik de eerste tijd nog niet uit de voeten met de roman. De eerste zes verhalen uit Nul-zes zijn geschreven in de periode 98/99. De andere verhalen zijn vanaf 2006 geschreven.’
Het lijkt alsof in die laatste verhalen plotseling meer licht aanwezig is.
‘Dat heb ik vaker gehoord. Gedurende de tijd dat ik aan Nieuwe levens werkte, zo’n acht jaar, is Duitsland en de wereld erg veranderd. Ik denk dan niet alleen aan 9/11. Je had ook de internetcrash in 2000. In ‘98 kreeg Duitsland een roodgroene regering. Dat heeft de samenleving erg gepolariseerd.’
Toch hangt ook over de recente verhalen nog steeds de schaduw van de DDR. De personages doen soms denken aan mensen van wie men hun religie heeft afgenomen.
‘Dat klopt. Hoewel ik in plaats van religie liever wil spreken van een fundamenteel vertrouwen dat plotseling niet meer aanwezig is. In het verhaal Verwarring op oudejaarsavond komt een succesvol zakenman voor. Hij heeft een vriendin en een kind maar denkt na tien jaar nog steeds aan zijn grote liefde Julia. Je zou kunnen zeggen dat zij symbool staat voor de tijd voor de Val van de Muur.’
Uiteindelijk kiest de man nadat hij zijn grote liefde op oudejaarsavond weer heeft ontmoet toch voor de vrouw bij wie hij een kind heeft.
‘Zij was misschien de laatste streng die hem nog met het oude leven verbond. Als hij haar na tien jaar weer ontmoet, begrijpt hij dat dat leven voorgoed tot het verleden behoort. Tegelijkertijd realiseert hij zich hoe probleemloos hij zich heeft aangepast aan de nieuwe tijd. De ontspannen manier waarop hij zaken doet, beangstigt hem. Hij lijkt op de ruiter die over het bevroren Bodenmeer rijdt. Als hij zich realiseert dat het ijs onder hem vliesdun is, wordt het plotseling gevaarlijk, begint het te kraken.’
In de vroege verhalen uit de bundel lijken de dingen een grotere rol te spelen?
‘Kort na de Val van de Muur was dat ook zo. In ieder geval ging iedereen er materieel op vooruit. De grote thema’s die nu spelen zoals armoede waren nog niet aanwezig. In de DDR was geld niet zo belangrijk. De beroepskeuze had niets met geld te maken. Het huis waarin je woonde evenmin. Bij bepaalde kledingstukken ging het er niet om hoe je ze betaalde, nee, hoe kom ik er aan.
In de DDR was het woord erg belangrijk.
‘Alles wat je zei of schreef als scholier, student of als journalist was ongewoon belangrijk. Elk woord kon ongehoorde gevolgen hebben. Na 1989 was dat van de een op de andere dag veranderd. Het ging er bijvoorbeeld niet meer om wat je in een krant schreef maar hoe je hem zo goed mogelijk verkocht. In de DDR hebben de woorden jarenlang de getallen afgedekt. Nu draait het alleen nog maar om productie.
Ik ben blij dat de DDR tot het verleden behoort en ik hoop dat ik daar op mijn manier ook toe heb bijgedragen. Toch betekent dat niet dat ik kritiekloos tegenover het nieuwe Duitsland sta. Bij de eerste verkiezingen werd een regering gekozen die ik onmogelijk de mijne kon noemen. Pas toen in 1998 de roodgroene coalitie aan de macht kwam, gebeurde dat. Even later begon de Kosovo-oorlog. Dat bracht veel onzekerheid met zich mee. Het zorgde in mijn geval voor een depolitisering. Misschien is het niet helemaal toevallig dat de eerste verhalen uit de bundel in die tijd spelen.’
De Oost-Duitse identiteit. Bestaat die nog?
‘Het vreemde is dat die identiteit pas ontstaan is op het moment dat we kennis maakten met het andere Duitsland. Voor 1989 voelde we ons Duitser. We waren natuurlijk anders gesocialiseerd. Ik heb bijvoorbeeld een paar maanden geleden vastgesteld dat ik pas toen ik achtentwintig was voor het eerst echt over geld heb nagedacht. Daarvoor interesseerde het me gewoon niet. Het was handig als je het had maar meer ook niet.
Voor 1989 zat iedereen in mijn vriendenkring politiek op één lijn. Nu zijn er grote verschillen. Natuurlijk, iedereen heeft recht op eigen ideeën, maar wij waren daar niet aan gewend. Zoiets kost tijd. Dat is ook iets wat ik in Nul-zes probeer te laten zien.
We moeten ook niet vergeten dat grote groepen voormalige Oost-Duitsers zich na ’89 overbodig voelden. Wat zij tot dan toe hadden gedaan bleek plotseling nutteloos te zijn. Dat knakte het zelfvertrouwen.
Volgend jaar is het twintig jaar geleden dat de Muur viel. Waar was u toen het gebeurde?
‘9 november 1989 was een van de zeldzame dagen dat ik vroeg naar bed ben gegaan. Toen ik ’s ochtends wakker werd, was de Muur verdwenen. Voor mij is 9 oktober veel belangrijker. Ik woonde destijds in Altenberg, in de buurt van Leipzig. Twee dagen eerder was gevierd dat de DDR veertig jaar bestond.
Ik herinner me de grote demonstratie in Leipzig. Tegen mijn toenmalige vriendin had ik gezegd dat ik naar de bibliotheek moest. Ik was toch wel bang. Tienduizenden mensen in de straten. Tegenover ons de politie. Ik kende dit soort beelden alleen van films. De stemming was goed. Misschien ook door het weer. Het was een warme herfst. Er heerste euforie. We hadden het gevoel dat we de wereld konden veranderen. Zonder dat het was afgesproken, verliep alles geweldloos. Ik ben niet principieel tegen geweld maar ik geloof dat werkelijke veranderingen alleen geweldloos kunnen worden bereikt.
Een maand later viel de Muur...
‘Vergelijk het met een overrijpe vrucht die wel moest vallen.’
Nadat we afscheid hebben genomen, loop ik naar station Dampoort. Ik kijk naar de gevels, naar de etalages. Een winkel met pruiken en haarvet voor kroeshaar. Schoenen van reptielenleer met zeer onheilspellende punten. Beschimmeld pleisterwerk. Uit een open raam klinkt de stem van Bob Marley: Have no fear for atomic energy
 cause none of them can stop the time. Ik passeer een uitdragerij, een slijterij met flessen gedestilleerd waarvan ik al lang vergeten was dat ze ooit hebben bestaan. In de Dampoortstraat in Gent is weinig nodig om je in de late jaren zeventig te wanen. De Muur is nog niet gevallen. Alles is nog duidelijk. Aan de andere kant heerst het communisme. Hier heerst iets wat we voor het gemak vrijheid noemen. De koude Oorlog is al niet meer zo koud als in de jaren zestig, maar toch... Ondanks Bob Marley zit die ellendige West-Duitse schlager nog steeds in mijn kop. Und alle Glocken klangen,
am Tag, als Conny Kramer starb...

Verscheen eerder in De Standaard, 18 april 2008

Geen opmerkingen: