10-11-11

MARK CLOOSTERMANS HEEFT EEN MENING

Dit schrijft criticus en moraalridder Mark Cloostermans vandaag op zijn Facebookpagina:

'De Standaard der Letteren publiceert vandaag (en niet voor het eerst) een recensie van Willem van Zadelhoff die ook op de Reactor staat. De Reactor, dat "platform" waar de hooghartige afkeer voor de klassieke media uit haast elke tekst gutst. Het was me al eerder opgevallen en het het had me al eerder gestoord en vandaag moet het er maar eens uit: dit van twee walletjes eten is immoreel.'

ik zou dus van twee walletjes eten... Inderdaad, er staat vandaag een recensie van mij over Wat nu, kleine man? van Hans Fallada in de Standaard der Letteren. Over hetzelfde boek publiceerde ik een paar weken geleden ook een bespreking op De Reactor.

Zoals Cloostermans al aangeeft in zijn reactie verschillen beide media nogal van elkaar. De Standaard der Letteren bedient een breed in boeken en literatuur geïnteresseerd publiek. De recensies zijn korter en dientengevolge ook minder diepgravend dan die van De Reactor. Daar is niets mis mee. Ze hebben beide bestaansrecht. Het is nu eenmaal een feit dat het medialandschap aan verandering onderhevig is. Dingen die vroeger in de krant vanzelfsprekend waren, zijn dat niet meer. Dat heeft natuurlijk veel met marketing en aanverwante zaken te maken. Dat Cloostermans De Reactor een hooghartige afkeer voor de klassieke media aanwrijft verbaast dan ook. Maar ja, ieder leest wat hij wil lezen. Daar is al heel wat behartigenswaardigs over geschreven in de psychologische handboeken.

Maar erger is dat hij beweert dat ik dezelfde recensie tweemaal heb gepubliceerd. Het betreft twee volkomen verschillende recensies. Dat wordt heel snel duidelijk als je de moeite neemt ze te lezen. Cloostermans heeft dit overduidelijk niet gedaan. Dat roep vragen op over zijn eigen recensiepraktijk. Leest hij de boeken die hij bespreekt wel? Ik herinner me een bespreking van zijn hand over de roman Noem het middernacht van Johan De Boose. Dat vond hij geen goed boek en daar was hij meer dan duidelijk in. Hij noemde het een oeverloos, saai en pompeus non-verhaal: 'zo'n boek waar ernstige literatuurliefhebbers een stijve pielemuis van krijgen'.

Maar het meest verontrustend was de laatste alinea van zijn bespreking:

Noem het middernacht is een dichtgewoekerde tuin van zinloze details. Twee weken heb ik geprobeerd dit boek uit te lezen. Op bladzijde 170 ben ik finaal gestrand, Hugo Claus parafraserend: 'Genoeg zeg ik, tegen de roman die tussen geeuw en gruwel staat'.

Cloostermans heeft dus een mening maar tegelijkertijd geeft hij toe dat hij het boek maar voor tweederde heeft gelezen. Dat noem ik immoreel. Mij overkomt het ook regelmatig dat ik een boek niet uitlees. Als ik eerlijk ben moet ik zelfs toegeven dat ik de meeste boeken waar ik in begin niet uitlees. Maar daar schrijf ik dan ook niet over. Dat is fatsoen. Dat behoort tot de deontologie van een recensent.

Dus lees, Cloostermans, voordat je oordeelt. Anders kun je beter je mond houden. Iemand die alleen de koppen leest heeft de krant niet gelezen.

En nog iets anders: ik schrijf bij voorkeur recensie over boeken waar ik enthousiast over ben. Wat nu, kleine man? is zo'n boek. Ik ken het niet voor niets 5 sterren toe. En ik zal van elk medium gebruik maken om mijn enthousiasme over dit boek uit te venten. Daar is helemaal niets mis mee. En immoreel is het al helemaal niet.

Geen opmerkingen: