10-03-08

LET'S HAVE A BALL!


Het Arnhems Lezersbal 2008

Tom Ruijfrok, de hoofdredacteur van de lokale editie van de Gelderlander die de avond zal presenteren, maakte een frisse indruk bij eerste kennismaking. Iemand die er zijn hand niet voor omdraait meerdere malen per dag een douche te nemen. Zo'n type. In een bepaald licht begon hij echt te flonkeren. Later vernam ik dat hij begonnen was als blokfluitleraar. En zoals een baasje op zijn hond gaat lijken, beginnen musici op den duur op hun instrument te lijken. Ja, hij leek op een mooie glanzende blokfluit, zo’n plastic oefenmodel.
Ik was gekomen om geïnterviewd te worden over mijn bijdrage aan de uitgave Waarom ik niet in Arnhem wil wonen. Iedereen die tijdens de Boekenweek meer dan elf euro aan boeken koopt, krijgt dat boekje. Ruijfrok zou het interview doen.
Het eerste publiek schuifelde naar binnen. Veel grijze lokken en boezems als bonbonnières. Er was door de organisatie een programma vol afwisseling in het voorruitzicht gesteld. Medeorganisator Arnold Jansen op de Haar had speciaal voor de gelegenheid een ronkend vers geschreven dat hij met pianobegeleiding declameerde. Vervolgens las Aaf Brandt Corstius enkele van haar columns. Er waren dichters – o.a. de onvolprezen Mustafa Stitou die enkele van zijn prachtige en bijzondere gedichten voorlas. Toen kwam er een Duitse zanger die door de krant Der Tagesspiegel de prins van het Duitse chanson was genoemd. En Tjitske Jansen was er ook. Wat zij doet is geen voorlezen. Ze vertelt haar gedichten, maakt je er deelgenoot van. Erg indrukwekkend.
Toen was het mijn beurt. Dacht ik. Ik stond al klaar om het podium op te springen toen de pratende blokfluit Joost Zwagerman aankondigde die de zieke Adriaan van Dis verving.
Ik bestelde wat te drinken en wachtte af.
Eindelijk was het zover. Samen met July Ligtenberg van Plaatsmaken, die de pocket had uitgeven werd ik aangekondigd. Misschien overdrijf ik nu. Hij noemde onze namen, meer was het niet.
We stonden een beetje lullig bij elkaar op dat podium. Ruijfrok had een grote microfoon waar hij driftig mee heen en weer zwaaide. Hij stelde drie vragen. Hij vroeg of het waar was dat ik notarieel had laten vastleggen dat ik niet in Arnhem begraven wilde worden. Hij vroeg ook nog waarom ik uit Arnhem was weggegaan.
Daar had ik nu net dat stukje voor geschreven. Bovendien was het geluid zo slecht dat ik mijzelf niet hoorde praten. Dat werkt ontregelend. En als je drie woorden had gesproken trok hij de microfoon weer weg. De derde vraag ben ik vergeten. Plotseling draaide hij zich om en zei tegen July Ligtenberg dat hij het boekje had gezien maar dat er wel veel fouten instonden. Vond zij dat ook niet? Op haar gezicht begon zich nu lichte verbijstering af te tekenen. Nou ja, nee, uh... Inderdaad, wat moet je daar op zeggen?
En toen was het afgelopen. Het was net begonnen en het was al weer voorbij.
Ik stapte het podium af. Mensen kwamen op me af en vroegen: Wat is er gebeurd? Jullie waren toch nog niet begonnen? Ik kon hun vragen niet beantwoorden. Ik was alleen maar verbijsterd.
Toen de verbijstering langzaam begon plaats te maken voor een enorme woede ging ik op zoek. Ik begaf me naar de eerste verdieping waar een bar was en een zaaltje waar enkele lokale boekhandelaars boeken verkochten. Daar kon ook gesigneerd worden. Daar had ik inmiddels niet meer zo’n zin in.
De hoofdredacteur zat aan een tafeltje met een vrouw en de dichtende medeorganisator. Ik stapte op hem af.
Dat ik het een schande vond, zei ik. Me helemaal uit Antwerpen te laten komen voor een gesprekje van hoogstens twee minuten. En ik kreeg er bovendien geen cent voor. Allemaal gratis en voor niets. Gebrek aan respect!
De dichtende medeorganisator probeerde zeer krampachtig er niet te zijn. Toen ik hem aankeek – hoopte ik misschien op bijval? - draaide hij snel zijn hoofd weg en concentreerde zich op zijn sigaar. Ik wil hier niets mee te maken hebben, sprak uit zijn hele houding.
De pratende blokfluit keek me wel aan en zei vilein dat het ook geen bijster inspirerend gesprek was geweest. Wederom verbijstering die zich echter aanmerkelijk sneller omzette in woede. Een korte flits: gooi ik de inhoud van mijn bierglas in zijn gezicht? Nee, nee, houd je in, zei ik tot mezelf. Diep ademhalen. En toen maakte ik hem uit voor iets heel lelijks. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen. Het was voldoende geweest als ik gezegd had dat ongeïnspireerde antwoorden steeds het gevolg zijn van ongeïnspireerde vragen.
Later begreep ik de laffe houding van de medeorganisator wel. Arnold Jansen op de Haar heeft namelijk een column in De Gelderlander. De kachel moet roken, nietwaar?
Dit heb ik geleerd: ik doe nooit meer iets zonder dat ik er voor betaald wordt. Dat men je niet betaald is op zich al een gebrek aan respect.
En ik weet nu zeker waarom ik niet in Arnhem wil wonen.

zie ook: http://www.blokfluitpagina.nl/

Geen opmerkingen: