10-03-08

WAAROM IK NIET IN ARNHEM WONEN WIL

Misschien komt het wel door de oorlog. Want Arnhem en de oorlog... Iedereen van mijn generatie is er mee opgegroeid. Ik ben veertien jaar na de slag om Arnhem geboren. Toch heb ik soms het idee dat ik er hoogst persoonlijk bij aanwezig was.
Die oorlog is Arnhem overkomen. Is de schuld van alles. Bij ons thuis ging het daar op elk verjaardagsfeestje over. Voor de oorlog. Na de oorlog. Tijdens de oorlog. Als die oorlog niet dit... als die oorlog niet dat. Die ellendige oorlog.
Je kunt veel van die oorlog zeggen maar hij heeft Arnhem wel op de wereldkaart gezet.

Hitler en zijn bende
Bracht honger en ellende


Dit prachtvers is van de hand van mijn overgrootvader. Hij had het op een stuk karton geschreven en na de bevrijding in de etalage van zijn winkel gezet. Hij had een leverbakkerij op de Klarendalseweg. Fotograaf De Booys heeft er een foto van gemaakt. Die kwam ik tegen in een boek dat een paar jaar geleden is uitgegeven.
In mijn boekenkast staat vijfenveertig centimeter literatuur over Arnhem.
Arnhemse straten geplaveid met herinneringen luidt een van de titels.
Als je dat boek openslaat stijgt er een verschrikkelijke walm op. Donkerbruine nostalgie.
Ik herinner mij, Ik herinner mij, Ik herinner mij... meerdere malen op elke pagina, vet gedrukt bovendien.
Een ander boek heet Arnhem en zijn toekomstige ontwikkeling. Het is uit 1919. Toen konden ze het al niet laten.
Wat is dat toch? Terugkijken of vooruitkijken? Er lijkt geen tussenweg te bestaan.
Voor de rest allemaal boeken over de slag om Arnhem.
Want in de oorlog is Arnhem verwoest.
Na de oorlog is wat er nog overeind stond verwoest.
Dat proces is onomkeerbaar en niet te stoppen. Het duurt voort tot vandaag.
Maar ook datgene wat nog wel overeind staat is niet meer wat het was. Dat heeft natuurlijk vooral met mij te maken. Ik pleit geen onschuld.

Zevenentwintig jaar geleden ben ik hier weggegaan. Heel stilletjes ben ik op een decemberochtend in 1981 weggeslopen.
Ik heb me nooit Arnhemmer gevoeld. Ja, toen ik er woonde, toen ik ingeschreven stond bij de burgerlijke stand. Maar jezelf Arnhemmer noemen als je er niet meer woont... Alsof Arnhemmer zijn een doel op zich is.
Maar misschien vergis ik me. Toen een boek van mij vorig jaar genomineerd werd voor een literaire prijs werd ik in een lokale krant plotseling een Arnhemse schrijver genoemd.
Maar in een Vlaamse krant werd ik dan weer een Nederlands-Vlaamse schrijver genoemd.
Arnhem. Paradijs voor aannemers, projectontwikkelaars en megalomane politici. Kantoortorens doorklieven als stijve pikken de wolken. Arnhem hoofdstad van... ja, van wat eigenlijk. Al lang niet meer van Gelderland moeten ze ergens hebben gedacht.
Maar Arnhem is geen metropool. Arnhem is een pleisterplaats waar je je paarden ververst. Terwijl dat gebeurt, eet je iets, drink je wat. En dan gaat de reis weer verder.
Ik las onlangs een gedicht van Bertold Brecht. Een heel toepasselijk gedicht. Radwechsel heet het.

Het verwisselen van een wiel

Ik zit in de berm van de weg
de chauffeur verwisselt het wiel
ik ben niet graag waar ik vandaan kom
ik ben niet graag waar ik naar toe ga
waarom bekijk ik het wisselen van het wiel
met ongeduld?


Zoiets... Misschien...
Arnhem...
Arnhem is een ongeneeslijke ziekte. Je kunt er heel oud mee worden.
Je mag het ook vergelijken met katholiek zijn. Je kunt er afstand van nemen maar je raakt er nooit los van. Het gaat in je kleren zitten. Je krijgt het er nooit meer uitgewassen.
Laatst hoorde ik op de Belgische radio gregoriaans zingen. Heel even dacht ik dat ze in het Arnhems zongen.

UITGESPROKEN BIJ DE PRESENTATIE VAN DE UITGAVE WAAROM IK NIET IN ARNHEM WONEN WIL

Geen opmerkingen: