15-03-10

DE HELE WERELD BEHANGEN

Het eerste wat ik ooit van Wilma Bertheux zag, was een tekening van een hert. Maar misschien was het ook een ree, of een rendier. Het was op de eindexamententoonstelling van de Kunstacademie in Arnhem.
In de verte deed dat hert me denken aan een tekening van Han van Meegeren uit 1923. Een tante van mij had daar een reproductie van aan de muur hangen. En daarnaast had ze nog zo’n hert hangen. Dat had mijn neef dan weer nagetekend van die reproductie.
Van de week heb ik dat hert van Van Meegeren nog eens bekeken.
Één ding kan ik u verzekeren: het hert Van Meegeren heeft helemaal niets te maken met het hert van Bertheux. Van Meegerens hert heeft het uitstekend naar zijn zin binnen de lijst. Het is een beetje een suf hert met een lieve, naar binnen gekeerde blik. Dat was niet het geval met Wilma’s hert. In mijn herinnering was dat nogal een krachtig hert met zeer geprononceerde musculatuur. En uit zijn ogen sprak maar één verlangen: uit de beklemming van de lijst bevrijdt te worden.

Het lijkt wel of het verlangen van dat hert Wilma’s poëtica is geworden.
Haar schilderijen zijn meestal bescheiden van formaat. Maar ze zijn altijd te klein. Ze zijn de weerslag van een voortdurend gevecht tussen de kunstenaar en het spieraam. Verf en doek zijn de wapens. Op een gegeven moment ging ze het doek zelfs plooien. Hoeveel doek kan een spieraam verdragen, denk je dan. Nou, heel wat als je die schilderijen zag.


Maar het beperkte oppervlak van haar schilderijen geeft haar ook een gevoel van geborgenheid.
Als Wilma Bertheux op vakantie gaat, heeft ze altijd een aantal lappen stof in haar koffer. Daarmee zet ze dan het vakantiehuis naar haar hand. Lappen over de stoelen, de banken, de tafel, ja, zelfs over de lampenkappen worden lappen stof gedrapeerd... zodat het licht zich verspreid op een manier die zij bepaald heeft.
Ook schilderen is voor Wilma een manier om de wereld naar haar hand te zetten. Ze wil de wereld mooier maken. Zo simpel is dat. En daarbij geldt geen enkele beperking.
Daarom is het door haar ontworpen behang ook een volkomen logische ontwikkeling. De meeste schilderijen zijn eindig. Waar het schilderij ophoudt, begint de muur. Het behang luistert naar andere wetten. Het is slechts een uitsnede. We zien wat we zien maar dat is maar een fractie. De afbeeldingen die we zien, kunnen tot in het oneindige herhaald worden, suggereren dat ook.
We kunnen het hele gebouw ermee behangen, de hele straat, de stad, het land, de wereld.
Daarmee is vandaag een begin gemaakt.

Uitgesproken bij de opening van de tentoonstelling van Wilma Bertheux in sociëteit De Kring in Amsterdam, 13 maart 2010.

Geen opmerkingen: